vanrieljournalistiek

must reads

Het raadsel Spinoza, Irvin D. Yalom, 2012

Ook: Nietzsches tranen (2005) en De Schopenhauer-kuur (2007)

En: De therapeut (2005) en Tegen de zon in kijken. Doodsangst en hoe die te overwinnen (2008). Gewoon ál het werk van schrijver en psychiater Irvin D. Yalom.

De oude koning in zijn rijk, Arno Geiger (2012).

Een zoon (de schrijver) over zijn dementerende vader. Rake en liefdevolle observaties, rijke taal. Ontroerend, maar niet zwaar. Soms zelfs erg grappig.

In Extremis, Tim Parks (2017)

De besluiteloze hoofdpersoon laat zich voortdurend claimen door zijn omgeving, worstelt met schuldgevoelens, keuzes en een gênant fysiek probleem, zijn verleden en het leven in het algemeen. Zijn diepste wens kan hij alleen uiten tegenover zijn Spaanse psychiater: Que haya un amor (laat er een liefde zijn). De eerlijkheid van Parks maakt het boek op een grappige manier herkenbaar, maar ook ontroerend en diep-menselijk.

Leven als een beest, Charles Foster (2016)

Fascinerend vanwege de excentrieke exercitie: Foster probeert enige tijd te leven als achtervolgens een das, otter, stadsvos,
edelhert en gierzwaluw. Hij wil af van antropocentrisme en antropomorfe beelden à la Beatrix Potter. Daarom probeert hij te beleven wat
het inhoudt om één van deze dieren te zijn en de wereld te ervaren zoals zij. De hele onderneming doet, ook door de keuze
voor deze vijf dieren, typisch Engels aan. De auteur groeide op met dieren en ontwikkelde zich van dierenonderzoeker en jager op
herten tot empathische dierenvriend.
Hij is bereid ver te gaan voor zijn project: hij slaapt op de grond in een stadspark, ligt uren in z'n eigen uitwerpselen, lijdt honger en kou
en eet wormen en muggen.
De eerlijkheid van de auteur, een op medische ethiek gepromoveerde dierenarts, schrijver en advocaat, is
dapper.
Zich inlevend in een gierzwaluw, dreigt hij de greep op de realiteit te verliezen en raakt hij op het randje van psychotisch, zoals
hij zelf schrijft. Op zulke momenten wordt Foster wel erg associatief en daardoor wat onnavolgbaar.

De grote kracht van het boek is, dat het a
nders is dan alle andere boeken over biologie. Vooral vanwege de enorme sensitiviteit en de
rake beschrijvingen van zintuiglijke ervaringen van voor ons als mens onbekende werelden. Maar ook vanwege de vele originele gedachten
die het l
etterlijk 'out of the (menselijke) box' denken oplevert.

Blijf de aarde trouw, pleidooi voor een nietzscheaanse terrasofie, Henk Manschot (2016)

De aarde is ziek en die ziekte heet de mens, schreef Nietzsche al in de 19e eeuw, met vooruitziende blik. De ziekte van de mens is dat hij zich vervreemd heeft van de aarde en de natuur om hem heen. We hebben in deze tijd van klimaatverandering en ecologische crisis een filosofie nodig die niet de mens maar de aarde centraal stelt: terrasofie, betoogt Manschot. Een urgent, helder en persoonlijk boek.

Het vogelhuis (2016), Eva Meijer.

Biografische roman over vogelonderzoekster Len Howard (1894-1973). Zij bracht de tweede helft van haar leven door in een klein, afgelegen huisje op het Engelse platteland. Meijer schrijft met een groot inlevingsvermogen. Niet alleen Howard maar ook de vogels komen daardoor tot leven.

Lof der Onvolmaaktheid, Gerbert van Loenen, (2015).

Ondertitel: Waarom zelfbeschikking niet genoeg is om goed te leven en te sterven. Voegt veel toe aan de discussie over euthanasie door het stellen van goede vragen over met name autonomie. Verhelderend en verdiepend, met veel oog voor de waarde van kwetsbaarheid.

Betere mensen. Over gezondheid als keuze en koopwaar (2014), Trudy Dehue.

Scherpe, heldere analyse. Onthullend. Dehue onderbouwt en illustreert haar punt zeer overtuigend: de wetenschap maakt de werkelijkheid eerder dan dat ze hem blootlegt.

Leer ons stil te zitten. Een scepticus zoekt zin en gezondheid,Tim Parks, (2012).

De neurotische auteur worstelt met zijn prostaatproblemen en voelt zich gedwongen op onderzoek uit te gaan naar een remedie. Onderhoudend, grappig, intelligent en vooral eerlijk en zelfkritisch.

Gesloten huis, Nicolaas Matsier (1994)

Autobiografische roman over een zoon die het ouderlijk huis ontruimt na het overlijden van zijn moeder. Aan de hand van wat hij tegenkomt, zoals een schuimklopper voor de afwas en het 'vlekkenschrift' van zijn moeder, reflecteert hij over zijn gereformeerde jeugd, het overlijden van zijn broer, zijn ouders en een door hem doorgemaakte periode van waanzin. Tijdens het opruimen maakt hij schoon schip in zowel het huis als zijn hoofd. Prachtige observaties, rijke taal. Ontroerend, diepgaand, herkenbaar. Kreeg hiervoor de AKO-Literatuurprijs (1994) en de Ferdinand Bordewijkprijs (1995).

 

Kerewin, Keri Hulme (1984)

Overdonderend, heftig, puur en prachtig. Naast de drie hoofdpersonen speelt de natuur een grote rol. Oorspronkelijke titel: The Bone People, won de Bookerprize 1985.